Doneer nu

Nieuwe biomarker onderscheidt twee vormen van frontotemporale dementie

Datum: 15 april 2026
Nieuwe biomarker onderscheidt twee vormen van frontotemporale dementie
Delen

Onderzoekers van Alzheimercentrum Amsterdam, Amsterdam UMC, hebben aangetoond dat een specifieke vorm van tau-eiwit in hersenvocht kan helpen om onderscheid te maken tussen twee belangrijke onderliggende oorzaken van frontotemporale dementie (FTD). De bevinding kan bijdragen aan gerichtere diagnostiek en betere selectie van patiënten voor klinische studies. Het onderzoek is gepubliceerd in Nature Medicine.

Frontotemporale dementie is een verzamelnaam voor aandoeningen die vooral gedrag, executieve functies en taal aantasten. Onderliggend kan sprake zijn van ophoping van verschillende eiwitten in de hersenen, met name TDP-43 of tau. Het onderscheid tussen deze twee is tijdens leven moeilijk vast te stellen. Daardoor komen veel patiënten niet in aanmerking voor studies naar nieuwe behandelingen die zich richten op specifieke eiwitafwijkingen.

Verrassende bevinding in hersenvocht

In deze studie onderzochten onderzoekers van Alzheimercentrum Amsterdam een nieuwe biomarker in hersenvocht: geacetyleerd tau op positie 174 (AcTau174). Het onderzoek was oorspronkelijk niet opgezet voor frontotemporale dementie, maar gericht op biomarkers voor de ziekte van Alzheimer.

Tijdens het onderzoek werd een onverwachte bevinding gedaan: in plaats van verhoogde waarden bij FTD patienten met tau-pathologie, zoals op basis van eerder onderzoek werd verwacht, bleken patiënten met TDP-43 juist duidelijk hogere concentraties AcTau174 in het hersenvocht te hebben dan FTD patiënten met tau en controles. Deze uitkomst was niet alleen onverwacht, maar bleek ook robuust en consistent.

Bevestigd in internationale cohorten

De resultaten werden vastgesteld in het Amsterdam Dementia Cohort en vervolgens bevestigd in twee internationale cohorten. AcTau174 bleek goed in staat om FTLD-TDP te onderscheiden van FTLD-tau. De nauwkeurigheid van de test was hoog.

Ook aanwijzingen voor prognostische waarde

Daarnaast bleek dat hogere AcTau174-waarden samenhangen met ernstiger ziekte en een snellere cognitieve achteruitgang bij FTD patienten met TDP-43. Daarmee lijkt de biomarker niet alleen diagnostische, maar ook prognostische waarde te hebben.

Verschillen tussen hersenvocht en hersenweefsel

Opvallend was dat in hersenweefsel na overlijden juist meer AcTau174 werd gezien bij FTD patienten met tau pathologie of de ziekte van Alzheimer, terwijl de concentratie in hersenvocht juist bij FTD patienten met TDP-43 hoger was. Dit wijst erop dat oplosbare en onoplosbare vormen van tau zich mogelijk verschillend gedragen in diverse ziekteprocessen.

Betekenis voor diagnostiek en onderzoek

De onderzoekers concluderen dat AcTau174 een veelbelovende biomarker is om tijdens leven onderscheid te maken tussen TDP-43 of tau pathologie bij FTD. Dat kan van belang zijn voor diagnostiek, prognose en het gericht includeren van patiënten in toekomstige behandelstudies. Verdere studies moeten uitwijzen hoe deze marker het beste kan worden ingezet in de klinische praktijk.

Uw steun helpt!

Kijk hier voor meer informatie.

 

Top
Volg ons via